Het fertilteitsverhaal van Mariska: 'Wat kan mijn lijf eigenlijk wél?'

Waarom ik mee wilde doen aan dit concept?:
Ik had al heel lang het idee dat ik mijn fertiliteitstraject in beeld wilde brengen, maar ik wist nooit hoe of wat. Dit concept spraak me meteen aan.
Jarenlang ben ik het vertrouwen in mijn lijf kwijt geweest. Niet zwanger kunnen worden, een traject ingaan terwijl de gynaecoloog zei: “Dit gaat erg moeilijk worden.” Er was weinig hoop. Na vier jaar raakte ik zwanger van mijn eerste dochter. De bevalling eindigde in een spoedkeizersnede. Niet zwanger kunnen worden en kennelijk ook niet kunnen baren. Ik vroeg me weleens af: wat kan mijn lijf eigenlijk wél? Het voelde alsof mijn lichaam me steeds in de steek liet.
Tijdens het fertiliteitstraject kwamen er hardnekkige kilo’s bij en werd mijn zelfbeeld steeds kleiner. Ik heb me lang verstopt, alsof ik eerst die kilo’s weer kwijt moest zijn voordat ik gezien mocht worden.
Uiteindelijk mocht ik twee prachtige meisjes krijgen. Beiden door middel van pittige trajecten; de één langer dan de ander, maar allebei moeilijk. Mijn dankbaarheid is enorm, maar dat verandert niets aan het pad dat eraan voorafging. Ik zeg vaak dat ik het alweer vergeten ben en dat het voelt als lang geleden, maar écht vergeten doe ik het niet. Het is een weg die veel vrouwen kennen, maar waar we vaak in stilte doorheen gaan.
Ik wil vooral meedoen om het taboe te doorbreken en fertiliteit bespreekbaar te maken.
Maar ook omdat ik het tijd vind om mijn lijf niet langer te zien als iets dat me teleurgesteld heeft, maar als iets dat heeft volgehouden, gedragen, gevoed en gegeven.
Ik gun het mezelf om een keer iets voor mezelf te doen. Om er zelf weer te mogen zijn. Daar heb ik mentaal hard aan gewerkt de afgelopen jaren.


Mijn weg naar onze kinderen
Al sinds mijn vijftiende wist ik dat kinderen krijgen voor mij lastig zou kunnen worden door zware PCOS. Toch hoopte ik dat ik misschien een uitzondering zou zijn en dat het spontaan zou lukken. We probeerden het bijna een jaar zelf, voordat ik naar de huisarts ging.
Daarna volgden onderzoeken, medicatie, hormooninjecties en heel veel rondes waarin niets leek te werken. De gynaecoloog zei tijdens ons eerste gesprek al: “Dit gaat heel moeilijk worden.” En dat klopte.
Maandenlang prikte ik iedere dag hormonen in mijn buik. Steeds ophogen, opnieuw proberen en opnieuw teleurgesteld worden. Uiteindelijk reageerde mijn lichaam bij een hoge dosering wél, maar kreeg ik een overstimulatie. Ronde gestopt, terug bij af.
Toen kwam corona. Behandelingen werden stopgezet en ook daarna zaten er lange wachttijden tussen de rondes. Voor mij voelde deze weg naar een kindje noodzakelijk, terwijl het ziekenhuis natuurlijk aan andere regels gebonden was.
Het traject vroeg ontzettend veel van me, zowel fysiek als mentaal. Ik had last van stemmingswisselingen, hoofdpijn, vermoeidheid en prikkelbaarheid. Tegelijkertijd ging mijn gewone leven door. Ik werkte, had mijn eigen bedrijf en moest meerdere keren per week naar het ziekenhuis. In het begin wist bijna niemand ervan. Het voelde alsof ik een dubbelleven leidde. Aan de buitenkant ging alles gewoon door, maar van binnen was ik alleen maar bezig met hopen, prikken, hormonen en een kindje krijgen. Mijn leven stond eigenlijk on hold.
Uiteindelijk vonden we een dosering die wél werkte. Na bijna vier jaar was het eindelijk raak. De eerste echo was goed en we zagen een mooi kloppend hartje.
Voor ons tweede kindje begonnen we met de medicatie waarvan we wisten dat die eerder had gewerkt. Maar mijn lichaam deed dit keer niets. We begonnen opnieuw: zoeken, ophogen, overstimulatie, afbouwen en weer proberen. Het traject duurde gelukkig korter, maar voelde voor mij zwaarder. Voorzichtig werd uitgesproken dat een tweede kindje misschien niet haalbaar zou zijn. Dat deed ontzettend veel met me. Ik heb zelf een goede band met mijn broertje en zusje en gunde mijn kind dat ook. Daarnaast droomde ik altijd van een groot gezin.

Mentaal vond ik beide trajecten met vlagen pittig. Ik ben over het algemeen sterk en stabiel en kan veel hebben, maar iedere zwangerschapsaankondiging deed pijn. Ik gunde het die ander echt, maar ik gunde het mezelf ook zo. Moeder worden was mijn grootste droom. Ik wist eerlijk gezegd niet hoe ik mijn leven had moeten invullen als dat nooit was gelukt.
Mijn kracht vond ik vooral bij vrouwen die hetzelfde doormaakten. In Facebookgroepen, maar vooral in een klein groepsappje waarin we alles met elkaar deelden. Mijn omgeving bedoelde het goed, maar begreep het niet altijd. Deze vrouwen wisten precies hoe het voelde. Ook toen ik als laatste van ons groepje nog steeds niet zwanger was, wist ik dat ik bij hen terechtkon.
Juist daarom wil ik mijn verhaal delen. Fertiliteitstrajecten verdienen ruimte en openheid. Er wordt nog te weinig over gepraat, terwijl het zoveel impact heeft. Ik wil andere vrouwen laten weten: je bent sterker dan je denkt. Je bent niet alleen, ook al voelt het soms wel zo. Je mag boos zijn, moe zijn, teleurgesteld zijn én hopen tegelijk.
De zin die ik meenam naar de shoot was:
“Misschien voelt je kindje nu nog ver weg, maar op een dag zal hij of zij weten dat je nooit hebt opgegeven en bent blijven vechten om hem of haar te krijgen.”
Of in het engels misschien nog wat mooier: ''one day, your baby - the one that today may seem so far away from existence – will be old enough to hear their story. Hear that they were so wished for and so wanted. That you prayed every night fort hem to join your family. Imagine them looking up at you and saying: thank you for never giving up on me”.
De shoot zelf voelde heel fijn. Bij Wiesje was ik snel op mijn gemak. Door onze gedeelde ervaring met een fertiliteitstraject was er meteen herkenning en begrip. Dat maakte het vertrouwd en voelde warm.
Ik hoop vooral dat vrouwen in een fertiliteitstraject weten dat hun verhaal óók telt. Niet pas bij een positieve test, maar vanaf de allereerste stap. De weg naar een kindje mag gezien en gedeeld worden.



